U bent hier

Home

Basiskennis van de groentetuin

Jean Claes

Onze provinciale voorzitter begon de uiteenzetting met een korte historische schets: de hongersnood maakte bemesting noodzakelijk.
Ook nu zijn er hulpmiddelen nodig om een goede opbrengst te krijgen: grondbewerkingen, bemesting en irrigatie.
Wat is verder nog belangrijk voor planten?
- een goed klimaat: bij ons is er een groeitijd van 4-5 maanden.
- een goede bodemgesteldheid.

Het klimaat kunnen we beïnvloeden:
- tuin omringen door muur of haag zodat er een microklimaat ontstaat.
- grond schuin  maken zodat de zon er beter aan kan.
- er plastiek over leggen zodat de grond sneller opwarmt.
- met serres of koude bak ( serre tegen een muur geeft meer warmte door de opgewarmde muur) om de kweekperiode te verlengen.

De bodemgesteldheid
- de grond moet verlucht zijn; plantenwortels groeien maar zo diep als er lucht is. Dit bekomen we door spitten of winterbedden aanleggen (met compost afdekken). In de biologische teelt maakt men panden van 1,2 m die men niet spit en waar men niet meer overloopt. De looppaadjes dienen dan tevens als waterafvoer.
- verzorgen van het bodemleven: regenwormen en micro-organismen zorgen voor een ideale bodemstructuur (kruimelstructuur).
- de waterhuishouding: humus houdt het water vast, wat in onze zandgronden zeer belangrijk is. Bij vers stalmest kunnen planten afsterven, maar als het half verteerd is, is het prima humus. Wanneer de grond echter te lang doornat is, krijgt men verrotting van de wortels. Bij te droge grond moet men bevloeiien, bij beregening gaat er 3/4 verloren en het water is veel te koud (zelfs voor gras!).
- de voedingsstoffen: aanvullen volgens de NPK-behoefte van de planten. Stalmest breekt vrij snel af en ontbindt in mineralen, mag aangevuld worden met bv. viano, guano. Let er wel op dat de zuurtegraad optimaal moet zijn, daarom is een grondontleding noodzakelijk. eventueel kalk toevoegen om de pH op peil te brengen (6,5). N= stikstof, P= phosfor, K= kalium (potas), C= koolstof, wordt opgenomen uit de lucht, Mg= magnesium, zorgt voor het bladgroen. Bloedmeel geeft stikstof voor de bladvorming, beendermeel geeft kalium voor de knolvorming. Als er van de NPK één meststof ontbreekt, ontstaat er een onevenwicht, de kleinste hoeveelheid bepaalt dan de totale opname.
- in de onkruid- en ziektebestrijding gebruiken we best biologische, afbreekbare producten, bijvoorbeeld: mycotal: sproeimiddel tegen witte vlieg (schimmel) biofilm: afbreekbare plastiek
- een aangepaste teeltafwisseling geeft minder ziekten en voorkomt bodemmoeheid.
- denk er aan: je kan niets forceren, men moet langzaamaan een betere structuur opbouwen.